Fragmenten uit mijzelf.

    Het verslavende van de inspiratie. Of vervelende? De tragiek van ieder juist aanvoelen leert dat men inspiratie nooit bezit, maar naar jou komt –zoals de dieren– om gestreeld te worden. Heel erg mooi allemaal, maar pijnlijk wanneer men met gevouwen handen vooruitgestrekt al weken vergeefs wacht tot de dieren uit jouw handen komen eten. En niets gebeurt. 

    Op de dieren kan men natuurlijk niet wachten. Zij komen naar je zonder enig voorafgaan. Een ervaring zonder secquenz: inspiratie. Een ervaren zonder enig voorafgaan wijzigt niet alleen de ervaring van de tijd, waarin de inspiratie gebeurt, maar ook de ordening van de ruimte, waarin inspiratie zich bundelt. 

    Het moeizame van ieder verder leven –symbolisch met de handen vooruit gevouwen–, want voor inspiratie, net zoals de droom, vind men slechts troost in diegene die daarop volgt, bestaat er in dagen, soms weken (maanden?) zonder inspiratie door te moeten brengen, omgeven door het te veel van alles, tegelijk middenin het naamloos niets. Het is wanneer alles zich in die onvermijdelijke samenstelling aan jou opdringt en tegelijk steeds te weinig is, wanneer heden identiek met bewustzijn wordt – leven in het kwantum aan de willekeurigheid van iedere naam.

    De woorden of dingen spreken niet langer, zijn steeds nog en slechts hun naam of voorkomen. En daarmee ligt alles eindeloos vast. Eindeloos vast: in een gevoel van absolute duur en tegelijk onmogelijke beweging.

    Hij krijgt alsmaar de tranen in de ogen. Toch wanneer hij neerschrijft waarom zijn zij verdwenen.

    Het liefste van al vouwt hij beminnelijk zijn melancholie tot origami, en plooit dan sierlijke zwanen. 

    Hij schrijft aan zijn einde maar vindt nooit een begin.

    Voor de meest opmerkzamen: poezië geschreven in kotszakjes. 

    Ergens waar het fluisteren niet uit de mond voortkomt, maar ontstaat wanneer men de ogen knippert.

    Zoals de stenen van een gewelf zichzelf en hun gewicht dragen, zo straalt hij – van melancholie.

    De aankomst van de eerste giraffen in Parijs, 1827. 

    Spinnen die één keer per jaar een groot feest geven.
                Spinnen diens web uniek als een menselijke vingerafdruk zijn.
                Spinnen met diabetes.
                Spinnen met voorkamerfibrilleren.
                Spinnen met een telescoop naar de maan.
                Spinnen aan boord van Columbus’ Santa Maria.
                Spinnen met hun heel eigen landkaarten.

    Omkanteling van het macho-begrip: hij knuffelt het liefste wespen.