Fragmenten uit mijzelf.

    Daar slaapt men met de ogen open, en sluit de oogleden wanneer men tot elkaar praat. De andere moet uit een gezichtsloos spreken verschijnen, uit stem bestaan, om als waardige andere te verschijnen. Het zien van het gezicht verdinglijkt, suggereert continuïteit van de persoonlijkheid, die er misschien in wezen nooit is.

    Waarom men daar met open ogen slaapt? Slechts om die doorborende, bevreemdende aanblik van slapende gezichten, die »jou« rechtstreeks aankijken zonder dat ze het zelf bevroeden.

    Interessant: nog nooit verscheen hij al dansend in zijn dromen. 

    Spinnen - en dan heeft men nog niet eens aan hun web gedacht! 

    Reusachtige spinnen.

    Spinnen, zo groot als huisdieren, wiens naam men in de tuin roept en die vervolgens rennend op je toelopen, die dagelijks een kopje komen geven en die men met genoegdoening onder de kin streelt.

    Spinnen, wachtend bij het baasje met de krant.

    De poten van reusachtige spinnen, waarop men de trapleuningen bevestigd.

    Spinnen die als honden het erf bewaken.

    Herappreciatie: spinnen die goud weven.

    Het verlangen van de spinnen samen eens de Inzaë te kunnen dansen.
    De gevoelens van de spinnen bij een halve maansverduistering.
    De wens van de spinnen een ring te dragen.
    De geboorte van de spinnen.
    Spinnen die de zon zien opkomen.
    Spinnen die in gulzige teugen het dauw aan hun web opdrinken.
    Spinnen – die gefascineerd naar koeien kijken.
    Spinnen, die even zuchten.
    Spinnen die over astrologie speculeren. 
    Spinnen die als eerste de fakkels uit de verte dichterbij zagen komen. 
    Spinnen die van de koude bibberen.
    Spinnen die keizerlijk slapen.
    Spinnen met metafysisch bijgeloof.
    Spinnen die nog nooit over tonijnen gehoord hebben. 
    Spinnen aan de rand van een depressie.
    Spinnen die enkel voelen. 
    Spinnen met een eeuwig glimlachen. 
    Spinnen die het geheim van de vrede kennen. 
    Spinnen die doof zijn. 
    Spinnen met maar één wens: alleen maar mee in bed willen slapen. 
    Spinnen die getuige van de eerste vuurstenen waren. 
    Spinnen met onleesbaar handschrift. 
    Spinnen die enkel Tsjechisch spreken. 
    Spinnen die als kippen op hun eieren zitten.
    Spinnen die elkaar feliciteren voor hun verjaardag. 
    Spinnen – als bewakers van zijn bibliotheek.

    De spin die met elegante stappen iedere avond rond half zeven zachtjes aan het venster tikte om vervolgens met het beleefde, uitgestrekte hand de Wals aan te bieden.

    Ik lijd onder mijn eigen verwerkelijking. Uiteindelijk stelt zich de vraag: hoe verder te leven wanneer dat waaruit je het meeste haalt en mee bezig bent, jezelf het diepst kwetst en je in jouw doen onmogelijk maakt?

    Zes jaar heeft men uit een verlangen naar eerlijkheid muziek gemaakt, en uit datzelfde verlangen is men moeten stoppen. Sindsdien heeft men zich op zijn schrijven geworpen, maar heeft men geen idee wat met zijn boek aan te vangen. Niemand leest het, zodat men zich afvraagt: waarom dagelijks moeizaam op zee gaan vissen wanneer dat de tocht van de walvissen verstoort? 

    Het verlangen naar de leugen -- om alles eenvoudiger te maken. 

    Iedere avond rond half zeven tikte de spin aan zijn venster.