-knuffelcontact-

    Ergens waar je in jouw leven maar een beperkt aantal knuffels ter beschikking hebt.

    Je moet daar dan ook goed overwegen – waar, wanneer, aan wie en hoeveel knuffels geef je er. Beter gezegd geef je er weg. Want eens opgebruikt rest deze mensen slechts het affectieloze bestaan.

    Zij die de som gemaakt hebben en iedere dag één knuffel uitgeven. Zij met een aardige reserve geven een knuffel om te pesten (zo verliest de andere er een). Zij die in een knuffelbui hun hele aantal verspillen. Zij die hun vergane knuffels vergeten zijn! Zij die sparen en weigeren te knuffelen – zij hebben iets bewaard.

    Of dat denken ze ten minste. Want het probleem is dat deze mensen, net zoals elders, niet weten hoe oud ze gaan worden; bijgevolg niet kunnen weten of hun dagelijks of wekelijks voorziene spaarzame aantal wel voldoende is. Het is voor hen onmogelijk te weten of ze goed of slecht bezig zijn, wanneer ze knuffelen dat wel niet knuffelen. Het verstoort hen zeer. Verdomme! Konden zij toch maar eens goed knuffelen in plaats van steeds er over na te denken.

    Prachtige vrouwen die ijzig gereserveerd een hand geven. Kinderen die men algauw heeft aangeleerd niet te dicht te komen! Bomma’s die hun armen spreiden.

    De ironie is net dat deze mensen de intrinsieke waarde van het knuffelen, net omdat zij het willen beseffen, meestal niet beseffen. Tot ze vaststellen dat ze zijn uitgeknuffeld of nog maar een beperkt aantal knuffels ter beschikking hebben. Dan knuffelen zo spaarzaam, zo doordacht, dat ze een simpele knuffel helemaal niet meer naar waarde kunnen schatten.

    Anderen willen dan weer bewaren en sterven met nog een aardige reserve. Zij die op sterven liggen ontvangen de hele mensheid. Bij wijze van spreken tenminste, want voor sommigen, hun aantal is niet gering, is een bijna-dode knuffelen de facto een verspilde knuffel. Ach, het is nooit goed voor deze mensen!

    Het mag duidelijk zijn, wanneer zij knuffelen, zijn zij helemaal niet aan het knuffelen, maar eerder aan het turven. Een soort optelsommetje wordt gemaakt. Zoiets als het besef hoeveel geld je nog op zak hebt – deze mensen hun aantal knuffels dat nog rest.

    Men vertelt daar sprookjes over onverzadigbare magische kinderen, die bij hun geboorte in een vat vol affectie zijn gevallen en oneindig kunnen knuffelen. Zij knuffelen eindeloos. Kussen op het voorhoofd, kussen op de wang, kussen in je hals, op de schouderbladeren, kussen op de lippen en zelfs kussen op de ogen. Kussen – ademloos. Hemel, je kop begint ervan te suizen wanneer zij je omhelzen. Ach, gelukkig maar sprookjes! De kinderen weten daar maar al te goed dat zoentjes en traantjes eindig, aldus eens uitgeput zijn. Want stel dat zulke magische knuffelkinderen echt zouden bestaan – wie zou hun willen knuffelen? Aangezien iedereen er snel hun sommetje maakt blijft hun ware gave onontdekt.

    Die knuffels die je niet anders kan knuffelen: die ben je kwijt. Die knuffels die je anders kon knuffelen en daarom ook zo knuffelt: die heb je gespaard. Nooit overbodige omhelzingen of eindeloos gestreel daar, waar het knuffelen geen uiting van liefde is – maar van bewaren en controle.

    Het lijkt op het eerste zicht misschien vreemd, toch is het belangrijk te vermelden dat net daarom daar zelden of nooit conflicten voorkomen. Deze mensen vinden het nu eenmaal de moeite niet daaraan knuffels te verspillen. Immers wanneer men een ruzie bijlegt volgt een knuffel! Een verspilde!

    Wel kent men daar spijt om weggeschonken knuffels, bij mislukte relaties of vriendschappen bijvoorbeeld. De schroom ook wanneer je daar vraagt hoeveel knuffels iemand nog heeft. De nijd om iemands knuffelweelde. De afgunst om iemands knuffelachtige marginaliteit. De haat jegens die dronkaard die jou een knuffel ontfutselde.

    Jonge mannen scheppen op hoeveel knuffels zij nog over hebben en winnen daarmee het hart van blozende juffrouwen. Het is zoiets als een pauwenstaart. Twee uitgeknuffelden vinden elkaar dan weer in de soort onuitgesproken afspraak die er tussen hen is: zij weten dat ze elkaar niet hoeven te knuffelen. Samen halen zij de tijd en het verlies in – in een soort aftellen van de dagen zonder affectie of knuffelcontact.

    Het berouw bij stervenden omwille van niet-geknuffelde momenten. De spijt bij casanova’s omwille van het teveel dat ze bij het leven hebben gedaan. De verbitterden echter die hun knuffels meenemen in hun graf. De overmoedigen daar met niets anders meer dan hun affectieloze toenaderingen. 

    Na elke ontmoeting maak je er hoe dan ook innerlijk de optel- en aftreksom. Aldus vergelijken deze mensen, omwille van hun innerlijk cijfer en de maatstaf die deze onherroepelijk in het leven heeft gebracht, onwillekeurig ieder moment en ervaring van elkaar.

    Of het dat wel waard was? Al die knuffels? Of men iets heeft kunnen behalen? Het moment te veel kostte? Heden ervaren is daar nooit zomaar. Heden ervaren is daar steeds heden overwegen. Alles heeft daar zijn knuffelwaarde, zoals elders zijn prijs.

    Ja, wanneer je daar even goed overweegt, kan je altijd knuffels uitsparen. Het leven, de dingen, de eigen ervaring – alles meet men daar af aan de knuffels die het je kostte. Daar is elke dimensie van het handelen ten gronde berekend. Het is bij voorbaat bepaald.

    De zelfmoorden van mensen omdat hun knuffels op zijn. Maar ook die mensen die opgelucht zijn dat ze van het knuffelen en de ondragelijke economie die het in het leven heeft geroepen eindelijk vanaf zijn. Na heel het gedoe met de knuffels begint eindelijk hun leven.

    Want men doet er daar alles aan om knuffels te bewaren. Sommigen veinzen zelfs een lager aantal, slechts om innerlijk wat reserve te hebben. Vaak ziet men in elkaar slechts een potentiële belager. Iemand die je knuffels kost. Ja, iedereen kan daar uiteindelijk een gevaar voor zijn knuffels betekenen.

    Aldus kan men daar niemand vertrouwen. Vooral niet diegenen die men knuffelt.