....

    Het bestaat pas wanneer je het bedankt.

    Rozenstruiken in dankbare tuinen. De bladeren van poëtische kruinen. Wasco’s en het papier. Het magische leven opeengepakt in een bijenkorf. De badende mussen in het schaaltje. De onderkoelde lucht van een herfstochtend. Het op de schenen stampend broertje…

    Eerst leeft men zijn leven. Toch eens vertrouwd met het natuurlijke wonder lijken de dingen al snel te dun. Alles wordt doorprikt aan licht of adem. Je kan het nauwelijks vasthouden; zelfs een hand voelt eerder dan een warme aanraking als een ondoordringbare buitenkant. Maar je leert te leven met de ondoordringbaarheid van de verschijnselen, het te verdragen. Beter is misschien te spreken over het ontoe-eigenbare van de dingen. Zij komen weliswaar in de wereld voor, maar de wereld komt niet in hen voor.

    Hoe zou het ook anders? Bedanken? Het schuine zonlicht in de woonkamer is er toch al? Wat doet jouw houding er om? Je kijkt rondom je en alles lijkt gegeven: de keikoppen in de straat, passanten, kinderen aan de arm, de metalen geparkeerde auto’s —heb je hen misschien te veel bedankt?—, hoger aan de hemel de sterren en het zwarte spinnewiel erachter, Esse est percepi, bestaan is waargenomen worden zeiden de Middeleeuwse wijsgeren, had iemand het dan ooit over Esse est gratias agere?

    Neen, wat bleek, was dat de foto’s die je nam, de leestekens van de brieven en de boodschappen die je naar iedereen stuurde een behouden suggereerden. Daarmee leek je te kunnen vasthouden – dus doen bestaan!

    Dus banen we ons een weg door de langzaamaan reusachtig geworden hoop aan betekenis, aan alles wat moet stichten en weergeven, maar op die speelplaats aan stemmen en overstemmen heb je niets nog begrepen – je krijgt het niet meer gezegd. Misschien wel gezegd maar niet uitgesproken. Misschien wel uitgesproken maar niet verstaan. Het gevoel dat de taal je in de steek laat, de wereld aan beelden niets meer krijgt uitgedrukt en je enige taal die je nog hebt een meme is om de cynische verzadiging der betekenis even te weerkaatsen. Even geschut van de speelplaats aan stemmen – was dat die stamp op de schenen?

    Dat niet de dingen, maar het gevoel vergaat, ja, daarmee geraak je vertrouwd. Je hebt nooit geleerd je relatie tot de dingen anders te bekijken. En langzaam wordt dit gevoel, het gevoel van een weg door het vergaan te banen, synoniem voor het leven zelf. Verderzetten wat verloren is.

    Toch is het net dit wat de dankbaarheid doet – zij verdraait het verkeer in het verschijnen. Zij laat de wereld in de dingen voorkomen, waardoor ook »jij« erin voorkomt.

    Bedanken gaat om een verhaal vertellen. Niet te zeggen wat we moeten doen, maar te begrijpen wat we doen, om betekenis en personen te zijn in plaats van objecten en subjecten, om te leven, niet in het effect maar in de intentie der dingen.

    Het bestaat pas wanneer je het bedankt.

    Wanneer je niet dankbaar bent – verdwijnt het… Misschien niet het object, maar haar betekenis. Misschien niet de zin, maar de inhoud. Misschien niet het gebaar, maar het gezicht. Misschien bestaat het wel voor jou, maar niet voor anderen. Opgesloten in je zelf verwerkelijkte eenzaamheid.

    Opgesloten in je zelf verwerkelijkte dankbaarheid? Het bestaat pas wanneer je het bedankt. Misschien wel in de realiteit, maar niet voor jou, in je leven en wat je luidop zegt of droomt. Je moet het bedanken, niet uitspreken wat je voelt…

    Het rijtje aan geesten – wachtende om bedankt te worden… Woorden, nog nooit uitgesproken en gedacht, die men eerst moet bedanken.

    En het fantastische – “jij” bent er. Een roodborstje, een kus tussen twee tieners, iets in de schepping, van een garnaal tot de ringen van Saturnus, heeft zich om jou reeds dankend uitgedrukt.