Fragmenten uit mijzelf.

    Nieuwe dieren.

    Frambozen worden niet, zoals bijvoorbeeld kersen, door vogels weggeplukt. Frambozen zitten verstopt tussen hun eigen stekels. Kop in kas in hun eigen struik, een beetje zoals Vlamingen over straat lopen. Heel anders zijn Italianen flanerend op straat. Zij dragen hun stekels op hun vruchten. Maar daarover gaat het hier even niet. Zelfs kinderen, ja ook Italiaanse, prikken zich wel eens aan een akelige frambozenstruikstekel, meer dan gewenst, wanneer zij een framboos wegplukken.

    De framboosvogel echter, die zoals de kolibrie een speciaal fijn, kronkelend bekje heeft ontwikkeld, geraakt met sprekend gemak aan de frambozen. De framboosvogel in vliegende stilstand, als dreef die op water, voor een frambozenstruik. De framboosvogel die trots met een framboos wegvliegt. De framboosvogel smakkend op een framboos. De framboosvogel met diarree.

    Het schijnt dat de framboosvogel, die uitsluitend frambozen eet, de trotste aller vogels is. Hij steelt de verboden vruchten, bemint de zachte frambozen, streelt die koningin van het fruit.

    Darwinisten menen, aangezien de framboosvogel bestaat, dat ook de stekelbesvogel, meer exotischer de banaanvogel, de ananasvogel, de kokosnootvogel ergens moeten voorkomen – toch expedities hebben hun bestaan vooralsnog niet ontdekt.

    Jouw oogleden, jouw lippen
    Ik heb jouw gezicht gezien maar er nooit in gekeken

                Jouw open haar schud je uit als een waterval

    Iedere keer meld je je anders
    Zie ik jou kijken, wanneer ik je niet kan zien
    Stapel ik in bouwstenen aan indrukken
    Jouw innerlijk gezicht

    Dat ik nooit voltooid krijg
    Zolang jij naar me kijkt

    Schaduw die daar de beste ideeën schenkt.

    Het is verrassend. Schaduw verfrist. Schaduw verkoelt – ook voor de ziel. Ga je daar in de schaduw staan, voel je de inspiratie opwellen. Ideeën borrelen op, komen, ja gaan uiteindelijk ook weer, en de kunstenaars en filosofen punten daar hun snor – in de schaduw.

    De schaduw van een boom – het is het eeuwenoud beeld van rust, welgekomen verpozing, dankbare helderheid. Dan wanneer onze gedachten komen.

    Of kwamen: want met de uitvinding van het kunstlicht is daar alles veranderd. Kunstmatige inspiratie binnenskamers, artificiële opgetrokken lichten, dito verduisteringen; plots een heel leger aan kunstenaars en creatievelingen, die alle iets te zeggen hadden en om ’t er luids riepen maar zich in hun gecreëerde duisternis niet van elkaar wisten te onderscheiden.  

    Er is maar één echt licht dat er toe doet. Zij die inspiratie kennen weten het: tot schoonheid behoort ze niet te bezitten. Licht is exact dat wat je niet bezit, maar wat schenkt – ons de dingen schenkt. Want al het licht gaat door je. En eens, jawel, in de schaduw, blijft iets hangen. Daar wordt een steen uit de rivier genomen, uit die rivier aan licht – en plots heb je een gedachte.

    Het is wanneer de dag komt, het licht schijnt op verschillende tijdstippen, dito ideeën; in de ochtend, nog voor de ochtend, rond de middag, bij het opstaan, bij het verlaten –het licht bij het verlaten van mensen- maar ook op verschillende plaatsen, licht door de bomen, door de heuvels, op het water, tegen het water, achter de rotsen, door de struiken, onder de kruinen.

    Schaduw aan een klein tafeltje: het volstaat. Schaduw tegen een witgekalkte muur. Schaduw onder de rozenstruiken.

    Een heel andere creativiteit vind je daar aan de evenaar – loodrechte inspiratie en koortsachtige visoenen. Manische Scandinaviërs aan wiens inspiratie in de zomer dan weer geen einde komt. Pas op – neem licht en schaduw nooit voor zomaar aan.

    Ieder licht heeft duisternis nodig – op bewolkte dagen is er geen volledig zonlicht, is alles schaduw, zou men kunnen opwerpen, maar ook alles broos aan ideeën, zwak, is er geen echte schaduw, en geen echt licht. Er is geen transparantie van de schaduw – en valt alles uitéén. Humeurige kunstenaars met hagelkanonnen die mikken op een opklaring.  

                Kunstenaarsdorpjes in de bergen, jaja, in het schaduwrijke dal – daar trekken die gasten zich wel eens graag terug. Psychiatrieën en gevangenissen als gesloten instellingen: tja, ook in het duister achter hoge muren ontstaan goede ideeën.

    Kleine kinderen die nietsvermoedend onder de schaduw van de grotere volwassenen staan. Tweelingen die in wederzijdse fantasie opgroeien en afwisselend in elkaars licht gaan staan.

    Iemand graag zien: de handen voor diens gezicht houden, schaduw schenken zonder denken, om de ander te laten zijn, zonder interactie, slechts in vreugde van elkaar. Of verloren lopen en iemand vragen of die je in licht wil gaan staan om een uitweg te vinden.

    De schaduw van duistere, Romaanse kerken. Wolkenkrabbers daarentegen als autistische, monochrome wijzers die bureaucratisch door de stad cirkelen. Ja, ook architectuur weet het. Architectuur gaat over mensen, aldus ideeën, het spel van licht en duister, kortom inspiratie.

    De schaduw van grote standbeelden. De schaduw in Berlijn. De schaduw in Noorwegen. De schaduw in Dakar.

    Een boek lezen – in het licht en in het donker. Twee verschillende ervaringen. Een gesprek in het licht en in de schaduw. Het is iets anders. Een praatje zonnend op het strand of beschut onder schaduwschenkende platanen. Flirten in de schaduw: juffrouwen met zonneschermen.

    De schaduw van palmbomen. De schaduw van cipressen. Schaduw onder de vlinderstruiken. Schaduw achter het zeil van een varende driemaster. Voel je het verschil?

    Verdacht: theologen en profeten die in het licht treden. Gedachte: de zee is schaduw. Vraag: of de nacht één grote schaduwvlakte is? Antwoord? De droom daarom de grootste inspiratie?

    Ook de dieren weten het – dat zij zich voor een diergelijke slaap of verpozing terugtrekken in de schaduw. Wat zij dan denken? Voelen? Beleven?

    Zoals iedere samenleving kent ook deze haar onmogelijke keuzes. De meest gedreven, lijkbleke kunstenaars. Zij die niets met kunst of originaliteit te doen (willen) hebben, hebben een bronzen tint. Tragische keuzes: een Instagram-teint of een originele gedachte? Iedere zomer moet je keuzes maken…

    Ja, je vindt daar mensen die met schaduw niet overweg kunnen. Dit zijn de echte zonnekloppers en het liefst van al liggen zij de hele zomer – aan’t strand. Schijnt nog maar de zon, dan moeten zij naar buiten komen. Maar niet om in de schaduw te treden, maar in de warmte van de dag. De doorgedreven kunstenaars dan weer vergeten het aangename van zonnewarmte in hun hang naar creativiteit. Al het leven draait altijd wel eens door.

    Beeldhouwers in de schaduw. Fotografen in schaduw (die vloeken wel eens wanneer zij hun foto’s ontwikkelen). Tovenaars met hun nieuwe goocheltruc achter verduisterde gordijnen. Muzikanten in hun donker repetitiekot. Schilders die de ultieme grens tussen licht en duisternis opzoeken. Maar ook huisvrouwen, jonge moeders, studenten, koks, zoeken af en toe prieeltje of de deugddoende schaduw van een eik op om tot een inzicht te komen.

    Fruittelers –wat hebben zij hiermee te maken?– die zich van dit alles niets aantrekken. Zij beleven hun fruitbloesem en volgroeide peren of keren als de grootste natuurlijkheid.

    Het is zoals het Chinese spreekwoord: onder de lamp is het het donkerst. Je hebt licht nodig om schaduw te hebben. Maar ook het duistere om iets met die, kom, zeg het maar, ondragelijke lichtheid van het bestaan iets te doen. Oh Jezus, het is ying en yang, wacht, gaat het nu om schaduw, of om licht? Over inspiratie of om leven? Niet om bezitten en weergeven, maar om dankbaarheid?

         4 september 2021, Brasserie Verschueren. 

    Spinnen die de tijd weven.
    Spinnen die in huiskamers komen.
    Spinnen die de afwas doen (met vier borden tegelijk).
    Spinnen die het liefst van al per acht samenkomen om elkaar vervolgens tegelijk de hand te schudden.
    Negen spinnen die samenkomen en elkaar gelijktijdig de hand schudden. Die spin, die zoals in het equivalent van onze stoelendans, er uit valt, wordt opgegeten.
Reuzegrote spinnen op meterslange webben, tussen wolkenkrabbers, die iedere werkdag een haastige pendelaar vangen.
    Spinnen die in de kokende soepketel roeren, met een andere poet de soep kruiden, met nog een andere de laurier toevoegen, en met een laatste het zweet van hun voorhoofd vegen.
    Spinnen die wel met mes en vork eten, en er toch in slagen onbeleefd iets met een derde poot in de mond te proppen.
    Spinnen die over vliegen fantaseren.
    Spinnen die nog nooit van file gehoord hebben.
    Spinnen in de Renaissance – in de werkkamer van Raphael.  
    Spinnen voor wie metafysica het hoogste goed is.
    Spinnen die mijmeren dat vroeger alles beter was.
    Spinnen die het leven vergeten.
    Spinnen in de herinnering aan hun kinderen…
    Spinnen op hun verjaardag. Zou daar een vlieg verkleedt in een taart in hun web vliegen?
    Spinnen en de vliegen – wat zouden de vliegen eigenlijk over de spinnen denken?

    Frambozen die de tijd doen tikken.

    Simpel. Zolang mensen frambozen eten tikt de tijd verder. Gelukkig worden overal ter wereld, op ieder tijdstip, dag en nacht wel enkele frambozen gegeten en is daarmee het voortbestaan van de dingen gewaarborgd.

    Lang vermoedden de mensen niets. Niemand had een idee. Zelfs de Grieken wisten van niets. De mensen in de oertijd – gulzig aan een frambozenstruik. Hadden zij een idee wat tijd was? Maar zelfs nu staan de meest gediplomeerde Zwitserse ingenieurs met handen in het haar voor de struiken. Wie vat het bijzondere van de tijd?

    Al is het waar. Vroeger, lang geleden, waren de mensen nog spaarzaam. Toen kon men de tijd van een mensenleven overzien. Want tegenwoordig, in geïndustrialiseerde oogsten, gaat alles nu eenmaal sneller. Al zijn er nu wel meer mensen, aldus frambozen-eters, die zo het bestaan van onze toekomst garanderen. Ja, vroeg stonden de dagen wel eens stil. Niemand merkte iets. Tegenwoordig zou dat niet meer gaan. Het is de stress, de stress der frambozen. Dat zij niet meer gewoon framboos kunnen zijn – en het valt van hieruit niet zo moeilijk zich een dystopische toekomst voor te stellen waar men een gavangengehouden mensheid met frambozen voedert, slechts om het voortbestaan der dingen te garanderen.

    Achja, eens in de geschiedenis van de mensheid had men het dan ontdekt. Hoe is een raadsel. Vroeger hadden de heren nog een stijlvolle framboos aan de halsketting. Tegenwoordig kent iedereen slechts digitale frambozen op het beeldscherm.

    Jonge kinderen die zich wel eens tegoed doen aan enkele frambozen maken groeischeuten door. Maar let op, archeologen beweren dat een vreetbui van enkele hongerige dinosaurussen eens een grote meteoriet veroorzaakte.

    Oh zoete smaak van de tijd – koningin van het fruit en de bessen. Want als je met gesloten oogleden frambozen proeft, voel je: de tijd tikken. Ja, het is in het rood waarmee je de ogen sluit – even zijn de frambozen overal; in heel het bewustzijn en het enige zijn dat is.

    Frambozen als een pendelklok. Of wat velen niet weten: hoog in de kerktorens hangt er geen grote bronzen klok maar één grote framboos. Frambozen als een polshorloge. Tijd is rood-roze.

    Rood is de kleur van alles. Rood zijn vrouwelijke lippen. Roos is het binnenste van de mond van een vis. Rood zijn de sproeten. Rood zijn vermoeide ogen. De kleur van de kattentongen. Maar ook ’s avonds en ’s ochtends de kleur van maan en de zon. Rood zijn de sterren. Rood is de woestijn. Rood is het fruit en de tomaten. Rood is lippenstift.

    Rood is de wijn. Rood is ook kleur van gefileerde tonijnen. Rood is soms de aarde. Rood zijn de bakstenen. Rood zijn alle pikante dingen. Rood is puur, geamplificeerd. Rood is het blos achter onze kaken en de huid onder onze nagels. Rood is de kleur van verwelkte rozen. Rood zijn de bikini’s. Rood is de kleur van bavianen hun poep. Rood zijn de boksers hun handschoenen. Rood is de kleur van alarmen, de vlaggen bij gevaarlijke getijden. Rood is de waarschuwer van de elektriciteit. Rood is de kleur van cinemazetels. Rood is het vuur en ook het ijzer in het vuur. Rood is de dag achter gesloten oogleden.

    Rood zijn de minnaars hun boeketten, de sporters hun aangezichten, het gras na het toeslaan van de tijger, de rivier na de vreetzucht van de piranha’s. Rood zijn de appels in de sprookjes. Rood is de kleur in alle zuiderse vlaggen.

    Rood is het verbod. Rood is de geboorte. Rood is de herfst: rood komt voort uit groen, groen wordt rood. Rood is de kleur van alle kleuren en de frambozen weten het.

    Atletiekcoaches met chronometer die frambozen tot op de milliseconde pletten. Filosofen die zich ziek eten om het bijzondere van de tijd te vatten.

    Frambozen groeien overal en vooral daar, waar men het niet merkt: plots is men alweer ouder geworden.

    Zij die even niet aan morgen dachten zijn je dankbaar. Of net niet – vast staat dat daar een framboos gegeten werd. Iemand die een afspraakje vergat herinnert zich er plots aan. Daar propt iemand zijn mond vol. Plots denk je aan de toekomst, wat je wil worden, een kinderwens, maar ook een plotse herinnering, een nauwkeurig beeld uit je kindertijd, misschien schiet je een rood vergeten speelgoedautotje te binnen, ja dan weet dat er momenteel iemand een framboos eet.

    Langzaamaan hebben wij er genoeg van. Handelen of niet. Verzuimen of niet. Het ene of het andere. Doorgaan of blijven. Een deel van ons blijft bestaan, het andere deel gaat verder. En hoeveel delen van onszelf zijn op die manier reeds alle richtingen uitgegaan – alle richtingen die niet waren. Blijven rechtstaan of zitten. Naar links of rechts. Naar de bergen of de zee? Zwemmen of zonnen? Lezen of slapen? Studeren of gaan werken? Verlaten of blijven? Ons leven is een aaneenschakeling aan keuzes die we niet maakten. En slechts wat we niet deden of waarvoor niet kozen blijft een leven lang bij ons. Wat we doen of gedaan hebben is écht vergeten. Maar de mens die we niet waren of waarvoor we niet kozen blijft ons onder het gewicht van het niet-gedane begeleiden in de transparantie van iedere afwezigheid.

    De afwezige geschiedenis. En zo valt ons leven uiteen in twee delen, niet verleden en toekomst, maar over een andere as: een geleefd en een voorgesteld leven waarop de begrippen ‘gekozen’ en ‘verzuimd’, zoals de ogen van een kameleon onafhankelijk van elkaar bewegen, afwisselend van toepassing zijn.

    De tragedie: dat handelen en nalaten/verzuimen inwisselbaar zijn. Soms verzuimt men, soms handelt men. Soms handelt men uit angst te verzuimen, soms verzuimt men uit angst om te handelen. De enige waarheid in ons leven is dat we daarbij niet het ene of het andere beleven, de keuze of het niet-gekozene, noch de handeling noch de verzuiming, maar slechts de scheur die door ons gaat en ons, ieder moment opnieuw, in twee voorstellingen zoals de kameleon zijn onderling onafhankelijke ogen doet verderleven. Heden heeft niets met tijd te maken. Heden is deze scheur. Heden is niet nu – en opnieuw en opnieuw en opnieuw. Neen, heden is deze scheur ervaren.

    Stellen wij ons onszelf voor hebben wij geen tijdloze, maar een ‘hedenloze’ voorstelling over onszelf. We denken aan onszelf en ons leven zonder deze scheur. Wie zien ons, jong of oud, die as maakt niet uit, dromen of wensen is niet uit de tijd stappen, maar uit de scheur treden. Want in deze scheur – gaat alle tijd door je.

    Alles moet nog eens gedacht worden. Alles wordt één keer herhaalt. Alle wensen die men had nog één keer uitgesproken. Alle gedachten, vervloekingen en excuses – nog één keer gedeeld. Alle angsten nog één keer doorleeft. Alle twijfels en verwarringen, misvattingen en dwalingen – nog één keer begaan. Alle ogen die fonkelen nog één keer aankijken. Alle blos nog één keer geblozen. Alle lippen nog één keer beroert. Alle voorzichtige handdrukken nog een keer voorzichtig geven. Alle bestellingen nog één keer geplaatst. Alle vertragingen nog eens doormaken, files nog een keer in te staan, gemiste treinen nog één keer te moeten missen – alles nog een keer alles. Wij leven dubbel. Wij leven uitvergroot, en iedere ervaring is reeds – een verdubbeling of voorafspiegeling van alles.

    Het gaat niet en nooit om alles – maar slechts om de spiegel die in ons en het toont.

    Your eyes were rivers of black.

    Ook had Ivan Pasha, op donderdag vaak gewikkeld in zijn luipaardvel, in zijn Jupiterse kamer of wat daarvoor doorging tenminste, een klein krokodilletje als vriendje. Dit kleine, gretig happend baby-alligatortje, ongeveer een meetlat klein, wou Ivan Pasha iedere donderdag opnieuw knuffelen. Het volgde hem als een kuiken. Ivan Pasha had het zelfstandig uitgebroed en brak eens als een waardige dinosaurus met zijn schattig bekje en hapklare tandjes in slijm uit het ei. Als een trotse wachter stond het kleine krokodilletje iedere donderdag naast hem aan bed. Klaar, om al het leven te begeleiden, al die verhalen, al die dromen.

         Uit: Gefluisterd worden (roman in ontwikkeling)