Fragmenten uit mijzelf.

                Vielleicht spürt man, daß es die Toten noch gibt, aber in sehr wenigen Worten, und wer diese Worte wüßte, vermöchte die Toten zu hören. – Elias Canetti

                Het beeld van de Bibi – de doden die de herinnering bewonen, ze leven zoals Canetti zegt eerder in woorden, waar ze wekenlang verdwenen zijn, om dan naar buiten te treden, uit hun onuitgesproken huizen de wereld in. Soms met vlaggen naar buiten in uitbundige toespraken. Andere keren om slechts fluisterend de rozenstruik te knippen. Zij zijn als tuinen. Omring je met mensen, die wanneer je vertrouwen hebt in hoe de taal verschijnt, even zoals tuinen zijn…

                De Bibi die niesde en in kinderlijke indrukken het hele huis deed daveren. De Bibi met pateekes. De Bibi met slagroom of vanillecrème aan haar blouse. De Bibi in een onbegrijpelijke, zwarte lederen handschoen, die mij van de lagere school ophaalt en me “ne pol” geeft. De Bibi in luid lachen en theaterspel. De Bibi die patience speelt. De Bibi in herinneringen aan Tsjechov. De Bibi in het rommelige keukentje in de Jozefhermanslei. De Bibi en de heilige Sint-Antonius. De Bibi in het bejaardenhuis, zwevend boven de grond, zittend vervoerd in een stalen verpleegster, die mij, hoewel halfnaakt, laaiend enthousiast begroet. De Bibi toen ze reeds gestorven was – mijn vader in haar mager gezicht gezien. Maar in mij was haar luid lachen, het hele huis dat daverde, de vanillecrème op haar blouse. 

    De mensen beslissen om een dag zonder kranten in te voeren – alles blijft hetzelfde.

    De antwoorden die je op het leven ontwikkelt zijn ondergeschikt aan de vragen die je het leven stelt. Echter hoe vaak leven wij – vragenloos? Het moeilijke daaraan is dat men zijn vragen zelf moet stellen, niet enkel die van anderen beantwoorden of overnemen. En wat is verwondering? De mogelijkheid, niet vragen te kunnen stellen -dat kan iedereen-, maar niet meteen te leven in een paraat antwoord.

    Waar je het boek sluit? Hoe feller je jezelf bevrijdt, hoe meer je je eigen toekomst gevangen houdt. Ons eigen gedrag confronteert ons voortdurend met pijn en worstelingen omdat we dezelfde blijven, krampachtig willen blijven, terwijl we voor dezelfde moeite evenzeer de pijn van de bij het leven horende verandering zouden kunnen omhelzen.

    Het is de keuze, in vorm van gewoonte, die vaak niet gemaakt wordt: waarmee wil men worstelen? Klap het boek maar dicht zodat het nooit gelezen wordt. Laat je vinger niet over de letters gaan. Streel de kaft zonder inhoud. Ga ontmoetingen uit de weg –met jezelf uit de weg– zoals een steeds groter wordend stapeltje niet-gelezen boeken. Toch ergens blijven ze geschreven, onze verhalen, en misschien dat ze zichzelf in nachtelijke onrust of verzwegen verdriet blijven aandienen. Want de leestekens gaan door je. Al het licht dat je eens zag ging door je. En de letters die je als kruimels achterliet, als een spoor naar het verleden, die een brug moesten slaan naar jezelf, verdwijnen onvindbaar in je eigen gewoontes.

    'En het was bij Ivan Pasha dat ik ervoer dat je verdriet nooit kan loslaten, enkel delen.'

      Uit: Gefluisterd worden. (in ontwikkeling)

    Reeds aangemelde aanwezigen op mijn boekpresentatie: een Nick-Cave figuur met natte, lange haren in slangenlederen schoenen; Rutger Tasman, fictief personage in linnen hemd met het juiste aantal geopende knopjes en een esoterische Duitser op blote voeten.

    Hij verwarde analyse voor gevoel en hield zichzelf voor uiterst gevoelig.

    Nu de schrijvers zijn uitgehongerd of doodgezwegen kunnen eindelijk belangrijke vragen gesteld worden – Hoe voelt het om te vertrekken?

Schrijversstaking. Tot zij gelezen worden schrijven zij geen woord meer op.