Fragmenten uit mijzelf.

    De Sultan wist niet of hij zich nu begrepen of net onrustiger moest voelen. Beslisten anderen werkelijk over hem? Wie hij was en wie hij moest worden? Over wat hij kon voelen? En datgene wat aan hem verloren ging, was dat misschien die genegenheid die hij op reis kon ervaren?

    ‘Kon men toch maar in zichzelf,’ zei de Sultan daags nadien, onuitgeslapen vermoeid en mijmerend tegen zijn floriste, ‘het verliezen als moment bewaren, zoals een vaas waarin men bloemen herschikt.’

          Uit: De schoenen van de Sultan. Het onmogelijke vertellen.

    Misschien moet je stoppen – met schrijven. Misschien is het al gedaan. Misschien is alles al verlopen. Je bent steeds al diegene geweest die als enige na de film bleef zitten. Afgelopen. Had je dan niet door dat het leven zich buiten de zaal afspeelde? Want wat nam je mee naar buiten? De herinnering aan het verhaal of het genot het einde te verlengen wat meer werkelijkheid bood? Duren de werkelijke eindes niet – eindeloos?

    Wij leven de aftiteling – en herinneren ons een verhaal.

    Misschien moet je stoppen: te verwerkelijken wat verwerkelijkt. Je geloofde te veel in de ruil. Er was een markt in mij – kabeljauw voor gewoven manden, saffraan voor geitenmelk, wat de vlierbessen nog konden worden? Het zijn plaatsen aan ontmoeting – met de realiteit. Je keek in het vreemde gezicht met de ontbrekende tanden. Ik bracht iedere dag zelfgebakken taarten en vleermuizen in bronzen kooien, relikwieën van opgedroogde badpakken en verkocht kaartjes voor een ritje op schouders van de vriendelijke neushoorn of de nog nooit gehoorde belofte van het reizen in een zeppelin. Ik lag slapend tussen mijn waren, herkende verre tantes in de gezichten van de kauwende kamelen of zat glimlachend met een paar bonen te spelen in mijn eigen werkelijkheid naast de marktkraam – terwijl moeder verhongerde en haar goederen niet kon verkopen.

    Er was niemand die de markt bezocht.

    Ik heb alles geschreven in uitwisbare inkt. Mijn kathedralen staan er en staat er niet. Je leest ze niet. Ik schrijf dit met tranen. Wordt de keuze echt voor mij gemaakt? Of ga ik zoals mijn Portugees in de eigen verbeelding verdwijnen – en moet ik dit project nog afwerken? De eigen geënsceneerde verdwijning… Vandaag wil ik niets meer delen. Zelfs niet met een onbestaande lezer.

    Mijn glimlach loopt tot buiten mijn gezicht – maar niemand lacht me aan. Ik vul er pagina’s vol mee maar niemand ziet me lachen, wenen, verbeelden. Ik leg boeketten aan mijn buren hun deur – niemand opent. Weten mensen dat ze mijn gedachten als tattoo zetten? Weten de kleuren die nog wachten op hun naam dat ze eens bij Ivan Pasha moeten gaan horen? Weten de enkels van de okapi’s dat ze spoedig naar Istanboel moeten, voor het opmeten van hun jaarlijkse omvang?

    Ik heb geprobeerd op hoge hakken in de verbeelding rond te lopen. Mijn talent zijn boeketten – die verwelken. Ik excelleer in die plaatsen van ontmoeting die niet bestaan. Of ben ik dit gaan geloven, gaan zien, gaan denken en voelen terwijl ik als enige in de zaal naar de aftiteling verder keek?

         6 december 2021

    In afwachting van een gevoel. In afwachting van een toekomst. In afwachting van een leven. In afwachting van het excuus.

    Het is al weken wachten op het oordeel van een half-enthousiaste uitgever. Uiteraard betekent het niets. Uiteraard verandert het alles. Ik weet niet wat te hopen of te verwachten. Ik geloof -zoals de laatste tien jaar al- in mijzelf. Ik geloof zelfs in anderen – soms dan. Maar ik geloof niet dat anderen in mij geloven, en daarin schuilt het gif en de kentering, reeds half ingezet door hun interesse in het deel van het boek.

    Verkeert men in afwachting van zichzelf? Wie mij kent, maar niemand kent mij, want heeft mij nog niet gelezen, weet hoe lang ik daar al op wacht, mijzelf, terwijl ik het verwerkelijk, mijzelf, maar niemand die het leest, kan lezen, en daarom ik het nooit ten volle ben, en kan zijn, mijzelf – eens moet die cirkel doorbroken worden. Maar wie steekt de stok in mijn wiel?

    "Op 3-jarige leeftijd gaf hij zijn eerste optreden in een bistro in Koekelberg."
       - Bruzz artikel over Le Grand Jo Jo

    Schelpen breken, vergruizen, worden tot stranden -- voor wie kijkt raapt men geen schelp maar ongebroken toekomst op, terwijl een schelpje ligt op haar gelijke, slechts andere vorm, schouder aan schouder met het zand, nietsvermoedend in het verleden van haar eigen toekomst...
  
         - Uit een correspondentie

    De grootste misvatting van iemand die niet schrijft is de gedachte dat taal de realiteit reflecteert. Taal om te zeggen wat is. Alsof taal steeds weergave van de dingen is, een soort gelijkheidsteken tussen de realiteit en onze gedachten. Toegegeven: dat is het in vijfennegentig procent van ons taalgebruik ook. Maar dit is niet wat taal is — slechts ons gebruik: de gewoonte. Het is misschien, en laat dit een gedachte zijn van iemand die schrijft, pas in die vijf andere procent dat we vrij zijn — vrij van te benoemen. Vrij van te zeggen. Vrij van een ontmoeten in namen te verlangen. Vrij van een taal die ons doet spreken en alles bij voorbaat rastert in een onuitgesproken logica van verschijning en verwachting, in een onuitspreekbaar geraamte van structuur en geschiktheid dat ieder spreken vormt.

    Ik geloof dat in die vijf andere procent —hier komt die Heidegger!— de taal spreekt, beter gezegd we even het anker lichten, of nu het anker van onze alledaagsheid of de dingen, het anker van onze gedachten of dat van de taal van onze gedachten. Het is dan wanneer we spelen, er even speling op de dingen komt, zoals een wiel speling nodig heeft om te kunnen draaien, zoals het kind de hoepel om mee te zwaaien, zo er iets van een creativiteit rond de heupen van de taal draait en in dit gravetetische zwaaien een afstand tegenover die gedachten en realiteit zich toont. Kortom: het tijdelijk verdampen van het koppelingsteken.

    Dit is wat schrijven in het beste geval is. Tijdelijk evaporeren. Tijdelijk met de heupen zwaaien. Probeer daarom nooit te beschrijven, en in de valkuil van het koppelingsteken te trappen, maar te kijken en te voelen met de woorden én het spel, de hoepel van de woorden. Taal is daarom noodzakelijke overdrijving, olie op het vuur van de werkelijkheid. Geloof me, ik meen zelden wat ik schrijf. Ik spreek mezelf meermaals tegen slechts om tegenover de taal oprecht te kunnen blijven. Maar ik meen honderd procent wat ik schrijf – alleen is het niet de werkelijkheid. Het is de werkelijkheid en het surplus. Dat wat we winnen: de taal.

    Wie schrijft overdrijft — de staat van zijn. Die voert hyperbolen op, smijt met lucifers om zich heen, neemt een kijkje over de rand van de vulkaan, ziet de leeuwen stoeien met de zwanen in het park terwijl iets verder Atlas de wereld op zijn schouderbladeren draagt, snuift de geur van badpakken die onder zomerse platanen te drogen hangen in zich op, ziet hoe het prachtige lichtbruine haar van twintigjarige dames tijdens lange zomers verandert in een uniek geel, het geel van de herinnering, denkt plots aan de sparren in Noorwegen en een wit pak sneeuw dat geruisloos van de dennen schuift, en begrijpt net daarom gevoeligheden die geen mens heeft. Maar het is net omdat we overdrijven, van de werkelijkheid afstand nemen, dat we die werkelijkheid leren kennen en appreciëren — en daarmee ook: onszelf.

         Café Le Coq, 28 november 2021

    "En, waarom zijn jullie uit elkaar gegaan?"
    "Ruzie om onze moeders hun stoofvlees."

    Bloemen als de traagste fonteinen. Bloemen zijn fysiek geworden licht. Bloemen als een zich buigende vrede. Bloemen als een opwippende glimlach. Bloemen zonder angel. Bloemen zonder gif.

    Bloemen zijn de dieren – nog zonder adem. Bloemen zijn de wolken – zonder de zee en rivieren in zich. Bloemen zijn de torens nog alvorens de mensen ze bouwen. Bloemen zijn de dromen nog voordat we ze hebben. Bloemen zijn boodschappen die niemand deelt. Bloemen zijn geschenken die iedereen ontvangt. Bloemen zijn de ogen van de natuur. Ivan Pasha wuifde soms naar de bloemen en groette hen dan in een dankbare buiging.

       Uit: Gefluisterd worden (roman in ontwikkeling).

    Hij kan de maan uitkleden
    Slechts met kleuren
    Die in hem grijpen
    Wat ons behoort.

        Uit: Ochtendverte. (2015)